artikelfotoEthiopië
A life long passion for fashion
Kunst, 29 Sep. 2009
Fotografie: Leonard Fäustle

De Ethiopische Guenet Fresenbet ontwerpt modieuze kleding met een traditioneel Ethiopisch tintje. Met succes: ze heeft 65 man in dienst en de upperclass in binnen- en buitenland spaart soms maanden voor haar peperdure kleding. Maud Robberts interviewde haar onlangs voor het door studenten journalistiek gemaakte tijdschrift JOIN.
 
Met een kort zwart wielrenbroekje, beige slobbershirt, vestje en baseballpetje komt Guenet 'Gigi' Fresenbet enthousiast het winkelcentrum binnenwandelen. Geen chique geklede en perfect gekapte dame, maar een sportief type dat over een kwartier weg moet om te gaan spinnen. Hoewel ze deze ochtend geen glamour uitstraalt, ontwerpt ze al tien jaar glamourreuze kleding.

'Als dochter uit een gegoede familie was het eigenlijk onmogelijk om te kiezen voor een carrière in de mode. Mijn vader wilde dat ik dokter werd, of advocaat. In ieder geval moest ik een gerespecteerde baan krijgen met een goed salaris. Dat ik toch naar mijn gevoel luisterde, heeft hem veel pijn gedaan. Hij was boos en weigerde te betalen voor mijn studie in de Verenigde Staten. Met drie baantjes, zoals receptioniste, hulp bij een kapper en als naaister, heb ik het helemaal zelf voor elkaar gekregen.

In mijn kinderjaren wilde ik al uniek en eigengereid zijn. Zo ging ik nooit met mijn rugzak naar school, want dat deed iedereen al. Ik koos voor mijn rieten boodschappentas, tot grote ergernis van mijn docenten.
Iets maken uit niets: rond mijn twaalfde ontdekte ik dat dat in mijn genen zit. Van de mouwen van een shirtje maakte ik een tanktop en vanaf dat moment was er geen houden meer aan. Ik moest overal in knippen, een onweerstaanbare drang. De stropdassen van mijn vader, de blouses van mijn moeder en alles naaide ik tot iets nieuws op de naaimachine van mijn zussen.

Cultuurshock

Op 17-jarige leeftijd was ik klaar met de middelbare school en ben ik vrijwel direct vertrokken naar Boston. Daar koos ik voor de richting hoeddesigner. Ik hou van hoeden, maar er zit geen toekomst in. Het begin van mijn jaren in de Verenigde Staten was vreselijk, ik moest alles zelf doen en het was een heuse cultuurshock. Maar na een paar maanden besefte ik dat ik moest overleven. Ik maakte vrienden, deed vrijwilligerswerk en raakte langzaam geïntegreerd in de society.

Na ruim vijftien jaar wonen, leven en werken in de States ben ik aardig verwesterd. Grappig detail is dat mijn ouders mij in die moeilijke tijd juist pushten daar te blijven. De situatie in Ethiopië was op dat moment niet erg veilig voor vrouwen. Maar ik wilde juist het liefst zo snel mogelijk naar huis.

Haute couture

In de Verenigde Staten heb ik geleerd hoe het modevak in elkaar zit. Door onderzoek te doen op school, magazines te lezen en andere ontwerpers te analyseren, ontdekte ik de wereld van de haute couture. Het is zo mooi om met goed materiaal een goed ontwerp te maken. Een passend ontwerp voor je klant, met een goede pasvorm, gemaakt van kwalitatief hoog materiaal.

Ik wist; dit is mijn lot, zelf ontwerpen, dat moet ik doen. Toch heb ik eerst nog twaalf jaar in de Verenigde Staten gewerkt in de mode-industrie. Eigenlijk mag het zo niet heten, want iedereen kopieert van elkaar. Het is pure commercie, alles moet geld opleveren. Ik was niet gelukkig, maar wilde leren, leren en nog eens leren. Al had ik in mijn hoofd al het plan om terug te keren naar Ethiopië.

Addis overleef ik nu tien jaar, ik vind het een harde stad. Vooral omdat veel mensen hier een andere werkmentaliteit hebben dan in het westen gebruikelijk is. Het is lastig om mijn werknemers, mijn wevers, te behouden. Zonder hen ben ik niets. Zonder mij kan dit bedrijf niet bestaan, maar zonder de wevers ben ik nergens. Ik wil goed voor ze zijn. Maar dat zijn ze soms niet voor mij. Door de vele religieuze feestdagen en doordat de waarde van werk anders wordt geïnterpreteerd bleven veel wevers vaak weg. Door de export en met het nakomen van orders ben ik gebonden aan deadlines, de ontwerpen moeten op tijd af zijn. Als mijn wevers me dan in de steek lieten, zat ik met mijn handen in het haar.

Nu heb ik een vrij stabiele kern van zo'n vijfenzestig werknemers; ik heb geprobeerd ze de westerse mentaliteit aan te leren. Alle kleding die ik ontwerp, wordt door hen handgemaakt, van begin tot eind. Voor twee meter stof, zonder motiefjes, is een wever een hele dag bezig. Daarom is de kleding duur, er zitten zoveel manuren in. De kleding kenmerkt zich door elegantie, pasvorm en afwerking. Je moet de jurken van links kunnen dragen.

Trouwe klanten

De zaken gaan goed. Mijn klanten zijn vooral de upperclass, expats en ambassadeurs in binnen- en buitenland. Ze zijn me ontzettend trouw, sommigen sparen maanden om design van mij te kunnen kopen.

Binnenkort bestaat mijn bedrijf tien jaar, en vanaf dat moment wil ik een nieuwe weg inslaan. Er komt een nieuwe lijn met voornamelijk accessoires. En ik vind het een mooie tijd om iets terug te geven aan mijn geliefde Ethiopië. Toen ik in de Verenigde Staten aankwam, wilde ik al terugkeren. Om hier een verschil te maken en om mijn kennis, die ik daar heb opgedaan, te delen.

Dat gaat nu echt vorm krijgen door een trainingscentrum dat ik 130 kilometer van Addis Abeba laat bouwen. Over maximaal twee jaar is het realiteit. Een 'dorp' dat creatieve mensen de gelegenheid geeft mooie producten te maken. Met werkplaatsen voor metaal, hout en leer, een pottenbakkerij, noem maar op. Alles is mogelijk. Met alles wat ik gaandeweg heb geleerd, kan ik anderen helpen. En met dit centrum ga ik Ethiopië op de kaart zetten van de designerswereld.

Mijn eerste doel is bereikt. Mijn ego gestreeld. Aan mijn vader, die vier jaar geleden is overleden, heb ik bewezen dat ik het kan. Nu is het tijd om terug te geven. Het trainingscentrum wordt dan ook gebouwd in zijn geboortedorp. Een eerbetoon.'
 
Maud Roberts
 
Tekst Maud Robberts. Fotografie Leonard Fäustle.
Dit artikel komt uit Join september 2009. Hier lees je meer over dit zevende nummer van Join. een Tanzania- en Ethiopië-special.

Eind april/begin mei 2009 is een groep van 9 studenten Journalistiek van de Fontys Hogeschool in Tilburg vertrokken naar Ethiopië en Tanzania voor de 7e editie van Beyond (y)our World. Hier maakten zij kennis met het land en haar media, maakten zij audiovisuele producties en schreven zij artikelen voor Join. Zij werden hierin begeleid door Music Mayday Tanzania en Music Mayday Ethiopië. Lees hier de weblogs die de studenten bijhielden tijdens hun reis. Ervaringen van de studenten zijn gebundeld in Join september '09. Spotlightartikelen, weblogs en videoproducties worden op deze website gepubliceerd.


<< naar Magazine


meer foto's voor
A life long passion for fashion: fotofotofotofoto
Meer in Kunst:
Magisch Afrika - maskers en beelden uit Ivoorkust
Magisch Afrika, een schitterende...

Julidans - South African choreographer and dance company from Senegal
"At the same time we were pointing a...

Coup Fatal- uitbundige muziektheatrale ode aan de ‘sapeurs’ van Kinshasa (Congo)
Van 16 t/m 18 juni presenteert het...


Meer in Ethiopië:
Invicible Women of Ethiopia - Vrouwelijk leiderschap in Ethiopië
Publiek interview met Alem Desta over haar boek Candace: Invincible Women of...

Online expositie Afrika-foto's Frits Eisenloeffel
Sinds begin februari 2014 staat op de website van het IISG een online expositie...

Ukandanz: Ethio-pop met Franse slag, korting voor bezoekers Africaserver
Donderdag 26 januari presenteert De Regentes in Den Haag de Nederlandse...


Magazine actueel:
Manecas Costa - alsnog in Nederland - win vrijkaarten
Manecas Costa, zanger, componist en...

Auteur Helon Habila over Olie op water - korting voor bezoekers Africaserver
Op woensdag 19 februari komt de...


Sites bij dit artikel:
Join
http://www.lokaalmondiaal.net/index.php?page=4_4&joinId=14&videoId=683&showVideoText=1

Lokaal Mondiaal
http://www.lokaalmondiaal.net

Kunst en Cultuur
hyperlinks index Africaserver

Ethiopië
hyperlinks index Africaserver


Processed by Apache Cocoon 2.1.7 in 106 milliseconds.