artikelfotoEthiopië, Gabon
An African Journey
Kunst, 2 April 2010
Michael Tsegaye - foto 1

Op 20 maart 2010 opende fotografe Nicole Segers de groepstentoonstelling "An African Journey" bij de nieuwe Galerie Sanaa in Utrecht. Werk vande Ethiopische fotograaf Michael Tsegaye is gecombineerd met lino's van de Nederlandse kunstenaar Wim Izaks en met videokunst van Myriam Mihindou uit Gabon. Hieronder de toespraak van Nicole Segers waarin zij dieper inging op de vraag hoe Afrikaanse fotografen hun continent nog in een nieuw licht kunnen laten zien?
 
Vandaag reizen we mee met drie kunstenaars. Wim Izaks behoeft nauwelijks introductie. Een expressionist die geen expressionist wilde zijn maar het wel was. “Het is emotie en eenzaamheid, wanhoop en meer van het zware dat veel van mijn schilderijen veroorzaakt heeft. Tevens wel optimisme... En een weergave of vertaling van de realiteit. Het gigantische dagboek op papier, linnen en andere materialen." Van zijn reis door Afrika in de jaren 70 maakte hij het ‘Afrikaans dagboek’, geïllustreerd met linosneden. In een interview zij hij: ‘ De zesentwintig lino’s gaan over goden en hun licht. Het is mijn hallucinatie en angst tegelijk.’ En daar gaat het over, die combinatie van optimisme en pessimisme, van angst en droom zo gauw je over Afrika komt te spreken

Myriam Mihindou maakte een even onheilspellende als prachtige film waarin ze de kijker op een fiets of achter op een brommer mee door het drukke verkeer van Ouagadougou voert. We volgen verschillende vrouwen, allen met een bungelend baby’tje op de rug. Een hommage aan degenen die met gevaar voor eigen leven via Melilla Europa hopen te bereiken. Want droom of werkelijkheid, velen ontvluchten het continent in de hoop iets beters te vinden in Fort Europa.

Nieuw licht
Dat brengt mij bij het thema van deze opening en bij het werk van Michael Tsegaye. Hoe kunnen Afrikaanse fotografen hun continent nog in een nieuw licht laten zien? Zo vraagt Wim Bossema zich af in een recensie in de Volkskrant over de fotografiebiennale van Bamako 2009 – die nu te zien is in Brussel.

In die vraag liggen twee belangrijke vooronderstellingen besloten.
De eerste is dat wij – westerlingen – eigenlijk alles al gezien hebben. Dat we murw zijn van onze eigen beeldvorming, murw van het balanceren tussen het beeld van een opgegeven continent en dat van een continent vol van hoop en mysterieuze kracht. Een opgegeven continent: Bossema wijst er terecht op dat het fotograferen van armoede en ellende in Afrika een genre op zichzelf is geworden. In zijn laatstverschenen boek ‘Puur Goud’ schrijft Bart Luirink over de ‘onverdraaglijke karikaturen van gewone Afrikanen: goede, bijna heilige wezens met een mythisch vermogen tot vergeven en verzoenen, vrouwen vooral, die de kracht van het continent vertegenwoordigen, de hoop op een toekomst vol jaloersmakende eenvoud, het paradijs op aarde.’ Dat is de andere valkuil, dat het antwoord op de negatieve beeldvorming er een van opgelegd positivisme is.
De tweede vooronderstelling in de vraag van Wim Bossema is dat fotografen afkomstig uit Afrika hun continent laten zien. Hun werk is een antwoord, werpt inderdaad een nieuw licht, op het bestaande cliché. Het is de zoveelste toevoeging aan ónze beeldvorming.
Maar wanneer, zo vraag ik mij telkenmale af, worden fotografen uit Afrika eindelijk bevrijd van dit keurslijf? En wanneer zijn wij eindelijk in staat om het werk te beoordelen op zijn eigen merites? Te bekijken met een open hart en een open geest? “
Ik ben een kunstenaar, ik wil mezelf uitdrukken”, zei Michael tegen mij toen ik hem voor het eerst bezocht in het atelier van de Thami Mynele stichting in Amsterdam. Zijn beelden deden de rest.

Medium
Fotografie is een lastig medium. In wezen is het altijd documentair, omdat het altijd en onmiskenbaar de werkelijkheid laat zien. Tegelijkertijd heeft de fotografie het vermogen om zich aan die werkelijkheid te onttrekken, het beeld overstijgt zichzelf, het brengt de verbeelding op gang. Een foto kan een verhaal vertellen, kan emoties oproepen. De fotograaf is een thuisloze zwerver, op zoek naar beelden die zijn gevoel van rusteloosheid en verlangen verbeelden. Tsegaye doet dat op een heel onnadrukkelijke manier. Zijn blik dwaalt bijna achteloos door de wereld om hem heen om te blijven rusten bij de kleur van het alledaagse, de kleur die in het voorbijgaan in je ooghoek blijft hangen. Met de precisie van een schilder raakt hij de werkelijkheid even aan met zijn kwast. Daar het geel van het truitje van de jonge prostituee uit ‘Working Girls’, daar het blauw van een taxibusje weerspiegeld in de natte straten van Adis Ababa uit ‘Out of Blue’, daar het roze-rood van het regenjasje dat als een huid op het hoofd en de rug van een jongen rust uit ‘North Road’.

De filosoof Roland Barthes schrijft in zijn klassieker ‘Camera Lucida’, een onderzoek naar het wezen van de fotografie, dat in een goede foto een studium en een punctum zit. Het studium is kort gezegd datgene in de foto dat de aandacht trekt, het punctum dat wat die aandacht verstoort, de speldenprik, datgene in het beeld dat je raakt, en dat hoeft niet persé het onderwerp te zijn.

Ik kijk naar de foto van Michael Tsegaye met een geel geschilderde winkel met sandalen. Wat mij aantrekt in de foto is de kleur, die zuigt je het beeld in, onontkoombaar en hevig. Maar wat mij raakt is de figuur links in beeld. Haar blik is afgewend, over haar hoofd een paarsige doorschijnende doek die zij met beide armen enigszins optilt. Een madonna op de rug gezien. En onmiddellijk roept het de vraag op: Wie is zij? Wat doet zij daar bij de winkel vol sandalen die als ballonnen aan een touwtje aan de gevel van de winkel hangen? Vanwaar die doek die ze als een bruidje over haar hoofd draagt, klaar voor de eerste kus? Zij brengt mij de foto binnen, een wereld van schaduwen, de hitte ineens voelbaar, zij laat mij dromen over mijn eigen spel als kind waarin ik zittend op een tak de gedaantes aannam van prinses tot ontdekkingsreiziger. Maar het sprookje is nog niet over. Een blauwe muur in de nacht trekt de aandacht. Binnen in het gouden licht zitten vage figuren bij elkaar. Hier wordt mijn aandacht getrokken door een klein meisje dat buiten in de wind staat. Ze leunt op een stok. Als ik door mijn oogharen opnieuw kijk zie ik haar voor me in diezelfde pose, maar dan tachtig jaar later. Roland Barthes zegt dat je in de foto altijd bevroren blijft in dat ene moment. Geen ontkomen aan. ‘De foto is een mechanische herhaling van wat zich existentieel gesproken nimmer meer kan herhalen.’ Maar Tsegaye ziet iets anders. Hij bevriest een archetypisch beeld, een icoon van ouderdom. Een voorbode van de tijd.

Ankober
Die tijd is ook voor eeuwig stilgelegd in een van mijn favoriete series, de foto’s uit Ankober. De kleur maakt plaats voor oneindig veel grijs. De foto’s zijn de verbeelding van Janacek’s pianostuk: In the mist, onsterfelijk geworden door de verfilming van Kundera’s boek ‘The unbearable lightness of being’. Op de aarzelende tonen van zijn muziek begeef ik mij de berg op naar Ankober. Nog nooit heb ik zo hevig verlangd naar een plek die ik niet ken, waar ik nog nooit geweest ben, maar waar ik zo ontelbare keren in mijn herinnering denk geweest te zijn. In Ankober verdwijnt wat je verloren bent, wordt de zwaarte van je bestaan meegenomen in de lichtheid van de mist, in de pakken op de ruggen van ezels en schouders van mannen, in de lichte tred van de vrouwen die mij achteloos tegemoet lopen. Tsegaye schildert een ballet van figuren die opdoemen en weer verdwijnen in het papier.

Dat even aanraken, niet nadrukkelijk, maar wel precies en to the point, dat is wel de kracht van het werk van Tsegaye. In een van de foto’s die hier hangen neemt een vrouw je mee een woonwijk in. Haar witte doek wappert in de wind, haar pas is beslist, ze lacht uitnodigend, maar ze blijft op afstand, haar hand komt aarzelend mijn richting uit, steekt ze ‘m naar me uit of is die daar toevallig? Ze voert me mee langs waslijnen vol kleur, naar het licht. Die foto, dat is Michael zelf, een onbedoeld zelfportret van een kunstenaar die zichzelf wil uitdrukken en die mij in al zijn bescheidenheid in vervoering brengt. Die mij zachtjes meeneemt, niet dwingend, maar vriendelijk wenkend, steekt hij zijn hand naar mij uit? Niet nodig, ik ga zelf al, telkens weer en telkens weer.
 
Nicole Segers
 
Nicole Segers is onafhankelijk fotograaf en ook artdirector van ZAM Africa Magazine.

De fotograaf Michael Tsegaye maakte een rondreis in Ethiopië en laat zwart-wit en kleuren foto’s zien. Aanvankelijk begonnen als schilder lijken zijn foto’s haast schilderijen doordat hij als een schilder de ruimte onderzoekt en zijn beelden componeert. De zwart-wit foto’s tonen portretten en landschappen in rustige harmonie. Tsegaye vat het dagelijks leven van Ankober in uitgebalanceerd licht, en roept een sfeer van mystiek en melancholie op, waar je naar blijft kijken. In 2009 waren Tsegaye foto’s al in het Stedelijk Museum in Amsterdam te zien in Snap Judgments. Nu is hij 3 maanden artist in residence bij de Thami Mnyele stichting.

Myriam Mihindou reisde van Rabat naar Ouagadougou (Burkina Faso) en maakte een video van vrouwen die een nomadenbestaan leiden in de woestijn bij Ouagadougou. Met de fiets fourageren ze in de stad om te kunnen overleven. De video is een hommage aan die vrouwen, mannen en kinderen van Melilla die hun land verlaten, omdat de strijd om te overleven zodanig is dat ze noodgedwongen naar de overkant willen gaan. Je ziet ze door het helse verkeer fietsen met op hun rug hun pasgeborenen. Aanvankelijk lach je nog, maar na verloop van tijd blijkt dat het leven van de kinderen als vogels op hun moeders rug slechts aan een zijden draadje hangt. Afgelopen november kwam Myriam Mihindou in Utrecht fietsende moeders met kinderen, kleine engeltjes vol vertrouwen tegen. Zij zullen zich hierin herkennen.

Wim Izaks maakte midden jaren 70 een Afrikaanse reis die zijn leven en werk diepgaand heeft beïnvloed. Hij bezocht Tunesië, Algerije, Nigeria, Kameroen, Benin, Togo, Ghana, Boven-Volta, Mali en Senegal en maakte hierover een boek ‘Afrikaanse reis’ geïllustreerd met linosnedes. De reis liet diepe sporen na die van grote invloed zijn geweest op zijn werk. Een beeldenstroom van linosneden, aquarellen, pen- en potloodkrabbels en zijn camera dienden voortaan als dagboek. Bij SANAA zijn grote lino’s te zien uit de serie ‘over goden en hun licht’, waarover hij zelf zei: ‘Deze lino’s gaan over goden en hun licht. Het is mijn hallucinatie en angst tegelijk’. Voor meer informatie en werk van Wim Izaks klik hier.


<< naar Magazine


meer foto's voor
An African Journey : fotofotofotofotofoto
Meer in Kunst:
Julidans - South African choreographer and dance company from Senegal
"At the same time we were pointing a...

Coup Fatal- uitbundige muziektheatrale ode aan de ‘sapeurs’ van Kinshasa (Congo)
Van 16 t/m 18 juni presenteert het...

Manecas Costa - alsnog in Nederland - win vrijkaarten
Manecas Costa, zanger, componist en...


Meer in Ethiopië:
Invicible Women of Ethiopia - Vrouwelijk leiderschap in Ethiopië
Publiek interview met Alem Desta over haar boek Candace: Invincible Women of...

Online expositie Afrika-foto's Frits Eisenloeffel
Sinds begin februari 2014 staat op de website van het IISG een online expositie...

Ukandanz: Ethio-pop met Franse slag, korting voor bezoekers Africaserver
Donderdag 26 januari presenteert De Regentes in Den Haag de Nederlandse...


Magazine actueel:
Auteur Helon Habila over Olie op water - korting voor bezoekers Africaserver
Op woensdag 19 februari komt de...

Samen door Mandela: Zondag 15 december 2013 Stadsschouwburg en de Melkweg, Amsterdam
‘Samen door Mandela’ wil met u...


Sites bij dit artikel:
Galerie Sanaa
http://www.galeriesanaa.nl/tentoonstelling.php

ZAM Africa Magazine
http://www.zam-magazine.nl/

Thami Mnyele Stichting
http://www.thami-mnyele.nl

Musea
hyperlinks index Africaserver

Ethiopië
hyperlinks index Africaserver

Gabon
hyperlinks index Africaserver


Processed by Apache Cocoon 2.1.7 in 96 milliseconds.