artikelfoto
De oceaan en de baobab
Politiek, 21 Nov 2006


Opgewekte gedachten bij 10 jaar Bureau Afrique Radio Nederland.
Mineke Schipper, hoogleraar aan de Universiteit Leiden, blikt terug en kijkt vooruit, bouwt bruggen en breekt grenzen open bij het 10 jarig bestaan van het Afrika bureau bij RNW.
 
Ik dank Radio Nederland en Bureau Radio Afrique voor de uitnodiging om hier vandaag te spreken. Mijn opdracht van de kant van de directeur van BARN, Soulé Issiaka, was: vertel over je eigen relatie met Afrika en over wat Nederland en Afrika scheidt.
Een onmogelijke opdracht, maar die geeft mij de gelegenheid nog weer eens hardop te zeggen dat dat Afrika een rijke bron voor mijn werk is gebleken sinds ik in 1964 voor het eerst naar Congo ging. Daar was het burgeroorlog en mijn ouders huilden op het vliegveld omdat ze dachten hun enige dochter nooit meer terug te zien. Ik wist eerlijk gezegd niets van Afrika. Tijdens mijn studie literatuur en filosofie in Amsterdam was het woord Afrika nooit gevallen. In Congo moest ik Franse literatuur doceren, maar ik begon daar steeds meer Franstalige Afrikaanse romans te lezen. Die romans betrok ik bij mijn onderwijs. Dat was nieuw in Congo in die tijd waar het onderwijs nog helemaal op Belgische lijst geschoeid was ondanks de onafhankelijkheid. In die romans kwamen geregeld Europese personages voor. Het was interessant om te lezen wat Afrikanen over westerlingen zeiden en ik besloot mijn promotie-onderzoek te doen naar de beelden van Europeanen in Afrikaanse romans: wat zeggen anderen, in dit geval Afrikanen, over Europeanen en over het Westen? De reacties van de oude Congolees (hij had altijd voor de Belgen gewerkt) die mijn hoofdstukken tikte waren even onthullend als bemoedigend: ‘ Vraiment, madame, c’est la vérité, tout cela, je l’avais dans ma tête et voilà que je l’ai devant moi sur papier. Vos chapitres reflètent ma vie avec les Belges .

Uit dat onderzoek naar beeldvorming heb ik geleerd dat de beelden die Afrikanen van Europeanen hebben niet minder stereotiep zijn dan omgekeerd, terwijl veel van die wederzijdse stereotypen ook nog erg op elkaar lijken. Bijvoorbeeld het idee dat de anderen op bepaalde diersoorten lijken : witten lijken op apen want ze hebben precies hetzelfde soort gladde haren in plaats van normaal kroezend haar ; witten lijken op varkens, dezelfde roze huidskleur ; witte mensen zijn lui, want ze laten de Afrikanen het werk voor zich doen. En hoe kunnen witten mensen spreken over beschaving want zijn zij het niet die grote destructieve wereldoorlogen teweegbrengen ? Mijn proefschrift Le Blanc vu d’Afrique was het resultaat van dit onderzoek. Het werd uitgegeven in Europa en er kwam een West-Afrikaanse editie uit die al heel snel was uitverkocht. In Afrika maakte ik ook kennis met een voor mij nieuw medium, literatuur die mondeling wordt overgeleverd. Mijn belangstelling voor spreekwoorden werd in Congo geboren. Mijn eerste kind ook. En in Afrika maakte ik mijn allereerste radioprogramma’s voor de universiteit waar ik werkte: La Voix de l’Université Libre du Congo.

In Afrika heb ik geleerd anders naar Europa te kijken. Het was voor mij niet langer het vanzelfsprekende centrum van de wereld, iets waar je niet zo maar aan twijfelt zolang je er woont.

Terug in Nederland heb ik door de jaren heen een aantal voor Afrika bestemde programma’s gemaakt voor Radio Nederland, over theater, poëzie, romans of Afrikaanse schrijvers, lange tijd op uitnodiging van en in samenwerking met Soulé Issiaka. Een van die programma’s ging over beeldvorming. Wat vinden wij van anderen en daaraan gekoppeld de vraag : wat vinden anderen van ons ? Naar de antwoorden op die tweede vraag zijn mensen meestal minder nieuwsgierig dan naar wat zij zelf van anderen vinden. Dat zie je ook in de menswetenschappen. In studies over ‘anderen’ zijn lange tijd de visies van westerlingen op andere culturen opvallend cen­traal blijven staan. Naast onze eigen visies op onszelf en op de cultuur van anderen, zijn er natuurlijk ook visies van anderen op zichzelf en op ons. Zo simpel als dat lijkt is het niet. Lange tijd is die Other­nessindustrie veel­zeg­gend zwijg­zaam gebleven over de vraag hoe Zelf en Ander eruitza­gen vanuit andere perspec­tieven.
Misschien is het wel een univer­seel menselijk gegeven om meer geïnteresseerd te zijn in eigen visies dan in die van anderen. De Arabische histo­ricus Ibn Khaldun achtte in de veertiende eeuw Europeanen en hun cultuur geen commentaar waardig. Vanuit Azië vertelt Watanabe over drie Portugezen die schipbreuk leden op de kust van Japan in 1543. Ze werden door Japanners aangeduid als ‘mannen van het barbaarse ras uit het Zuid-Westen’. Met die term werden alle vreemdelingen uit wes­terse landen en uit andere delen van Zuidoost-Azië aange­duid: de verschillen tussen Nederlanders, Portugezen, Indiërs of Indonesiërs waren van geen belang. Hun barba­rij bestond vanuit Japans perspectief slechts uit het gegeven dat ze geen Japan­ner waren. Het wereld­wijde gelijk van Montaignes onsterfe­lijke uitspraak over barbarij blijft recht overeind. Hij schreef in de zestiende eeuw in zijn Essais : ‘Iedereen noemt wat hij niet gewend is barbarij; werkelijk, het lijkt wel of we geen ander richtsnoer hebben voor waarheid en rede dan het voorbeeld en de voorstelling van de in ons eigen land geldende meningen en gewoontes.’ Dat denken over ‘de Ander’ ligt ook besloten in het West­afri­kaanse Man­dinka spreek­woord over de vreemdeling: 'Al ligt de boom­stam nog zo lang in het water, hij wordt nooit een kroko­dil.' De vreemdelingen, de anderen kunnen er nooit echt bijhoren, ook al doen zij nog zo hun best. De wereld bestaat immers uit 'eigen' en 'vree­md' en de Ander wordt nooit 'eigen', nooit kroko­dil, hoogstens ligt hij als boomstam bij ons in het water, hoe hij of zij zich ook wendt of keert. Het probleem is nu dat we in de wereld van vandaag in verwarring geraakt zijn over wie krokodil is en wie boomstam.

In de zomer van 1972 reed ik vanuit Cen­traal Afrika naar het zuiden. Zambia was al onafhankelijk, Zimbabwe bestond nog niet. Bij de Rhode­sische grens moest op een visum­aanvraag­for­mulier de categorie race worden ingevuld. Het door mij ingevulde antwoord human bracht de verantwoor­delij­ke koloniale ambtenaar tot grote woede. Hij accepteerde niet dat het blanke ras niet be­staat en het duurde lang voordat ik het land van Cecil Rhodes and Ian Smith binnen mocht. Bij de volgende grens begon Zuid-Afrika. Het was zondag en op de autoradio legde een Afrikaner dominee het gelijk van de apart­heid uit aan de hand van een preek over de woorden van Jezus bij het laat­ste avondmaal 'In het huis mijns vaders zijn vele wonin­gen': Jezus had niet voor niets dat meervoud gebruikt, hij had meteen al rekening gehouden met rasver­schillen en één woning voor de blanken bestemd, een andere voor 'de bruinmen­se', een voor de zwarten en een voor de Indiërs, net als hier op aarde, om te beginnen in Zuid-Afrika. In het gelijk van de apartheid was al vroeg in de christelijke jaar­telling voorzien.
Hèt probleem van de twin­tigste eeuw, zei de zwarte Ameri­kaan W.E.B. Du Bois al in 1903, is het probleem van de color line , maar h et geografisch apart houden van nationaliteit, ras of cultuur, zoals het apartheidsregime in Zuid-Afrika geprobeerd heeft, is niet alleen volstrekt zinloos, het is wereldwijd ook onmogelijk geworden. De vraag is dan of iemand insider kan worden in plaats van vreemdeling te blijven? Wat waar en niet waar is, wie er wel en wie er niet bij horen, wordt bij voorkeur be­slist op basis van geves­tigde normen. En zo kan het gebeuren dat Nederlanders die hier in Nederland geboren en getogen zijn in de media toch vaak hardnekkig allochtonen genoemd worden. Die dwaasheid moet uitgeroeid worden. Het kan ook anders. Toen mijn oudste zoon in Congo net geboren was, verspreidde het nieuws daarover zich in de buurt en al gauw kwamen er allerlei mensen bij ons aankloppen om te bedanken. Bedanken? Waarvoor? Voor het feit dat we kracht hadden toegevoegd aan de gemeenschap dankzij dit kind. Met zo’n hartverwarmende reactie wordt het belang van een nieuwe generatie ontroerend onderstreept en wij als allochtonen voelden ons opgenomen in onze Afrikaanse woongemeenschap.

De vraag die ik hier vanmiddag moet proberen te beantwoorden op gezag van BARN is: Afrika en Nederland—wat scheidt ze en wat verbindt ze? Een onmogelijke vraag. Ik heb door de jaren heen geleerd dat wie naar verschillen zoekt altijd alleen maar verschillen zal zien en dat wie overeenkomsten zoekt gelijkenis kan vinden.
In ons geval : wie zoekt naar wat Nederland en Afrika scheidt zal blind zijn voor wat ze gemeenschappelijk hebben en daardoor geen verbinding kunnen maken (wat toch de ultieme voorwaarde van bestaan is van Radio Nederland en van BARN) en wie zoekt naar wat Nederland en Afrika verbindt, zal juist handenvol gelijkenis en overeenkomst vinden.
In plaats van de nadruk te leggen op verschil­len tussen insiders en outsiders, kunnen we ons afvragen in hoeverre cultu­ren ook gemeen­schappe­lijke trekken vertonen. Die vraag is erg ondergesneeuwd in de eindeloze discussies over zelf en ander.
In Afrika wordt benadrukt dat de kennis nooit alleen maar van een kant kan komen, laat staan van een persoon. Die wijsheid wordt uitgedrukt in spreekwoorden, en spreekwoorden zijn in Afrika nu eenmaal de palmolie waarmee woorden worden gegeten. In die boodschap dat kennis nooit alleen maar van één kant kan komen, wordt gebruik maakt van verschillende metaforen: in West-Afrika is er een Ewe spreekwoord dat zegt: ‘Kennis is als een baobab (apenbroodboom): niemand die hem in zijn eentje met zijn armen kan omvatten.’ In Oost-Afrika zeggen de Swahili het in mondiale termen: ‘Kennis is als de oceaan: er zijn veel armen nodig om hem te omvatten.’

Maar wat gebeurt er met die onmetelijke kennis? Kennis van Afrika heeft aan alle menswetenschappen bijgedragen en de verschillende disciplines hebben stuk voor stuk hun uitgangspunten en ideeën bijgesteld op grond van nieuwe gege­vens en inzichten. Dat betek­ent niet dat in Amerika, Europa en Afrika gelijkelijk van die nieuwe gegevens en inzichten geprofiteerd wordt. Dat is inderdaad een van de zaken die ons scheidt.
De Nigeriaan Biodun Jeyifo (1990) constateert met grote ongerustheid dat Afrika als onderzoeksgebied haar centrum naar het Westen heeft verlegd. Daar lijkt volgens hem de belang­rijkste doelstelling te zijn meer prestige te verwerven voor Afrika-studies in de westerse wereld. De wetenschappelijke en politieke implicaties van de hedendaagse postkoloniale betrekkingen zijn dan ook niet dezelfde in Noord en Zuid, zoals Paulin Hountondji op­merkt. In een commentaar met de veelzeggende titel 'Scientific Dependen­ce in Africa Today' (1990) beschrijft hij deze afhan­kelijk­heidsgeschiedenis van binnenuit. De inter­nationale werkverde­ling heeft wetenschappelijke uitvinding en ontwikkeling tot het monopolie van het Noorden gemaakt, ter­wijl de inbreng van landen in het Zuiden zich dient te beper­ken tot het importeren en toepassen van wat anderen bedacht hebben. De economische en wetenschappelijke verhoudingen hebben in Afrika bij onderzoe­kers in alle disciplines nog al eens het gevoel teweeg ge­bracht 'dat alles wat ertoe doet zich ergens anders afspeelt' (6). Afrikanen zien zich gedwongen genoegen te nemen met een beperkte lokale kennissituatie waarin ze zich wetenschap­pelijk opgeslot­en voelen, als ze niet kiezen voor vertrek naar het Westen. Er zijn vrijwel geen mogelijk­heden voor internationale uitwisseling tussen Afrikaanse onderzoekers onderling of met collega's uit andere Derde Wereldlan­den. Doordat de nood­zake­lijke academi­sche infrastruc­tuur ontbreekt in Afrika is er een enorme brain-drain naar het Westen. Als er al fondsen beschikbaar zijn voor wetenschappelijk onderzoek, dan is dat meestal vanuit de eis dat het lokaal en praktisch gericht moet zijn. Het mag nooit gaan om de wetenschap op zich: sinds de koloniale tijd is dat de norm gebleven. Zo wordt in hoge mate de oude koloniale middel­matigheid voortgezet, terwijl studen­ten juist geconfron­teerd moeten worden met de hoogste kwaliteit als voorbeeld en maatstaf. De fondsen die daar­voor nodig zijn ontbreken meest­al: weten­schappelijk onderzoek en economische activiteit gaan nog altijd hand in hand, met als gevolg een afgedwongen inte­gratie in de wereld van de kapitalistische markt.
Het is absoluut niet hetzelfde of een onderzoeker van Noord naar Zuid gaat of omgekeerd. De Europeaan of Amerikaan die naar Afrika gaat is niet op zoek naar wetenschap maar naar wetenschappelijke 'grondstoffen'; eventueel is hij ook nog uit op een toepassing van zijn vondsten. Hij gaat in Afrika niet op zoek naar paradigma's, naar theorieën en modellen, maar naar nieuwe informatie en feiten die zijn eigen paradigma's zouden kunnen verrijken. (Paulin Hountondji (1992).

Er is heel wat hedendaagse kennis geboren uit wetenschap­pelijke investeringen van het noorden in het zuiden. Die hebben aan bestaande disciplines bijgedragen of nieuwe doen ontstaan, zoals de antropologie. Veel van deze kennis gaat buiten Afrika om, maar is verrijkend voor Europa, het is kennis die 'gerepa­trieerd, gekapitaliseerd en opgehoopt wordt in het centrum van het systeem' (247): het Afrikaanse traject is een simpele omweg in dienst van een systeem dat zichzelf genoeg is, een bolwerk van technologisch meesterschap. Het is de vraag wat er in dit geheel gebeurt met traditionele kennis en vaardigheden. In het beste geval blijven ze naast de nieuwe kennis voortbestaan, in het slechtste geval worden ze wegge­vaagd uit het collectieve geheugen. Soortge­lijke geluiden komen van verschil­lende kanten uit Afrika. Wil er toekomst voor de mensheid zijn, aldus Adebayo Williams (1991), dan moet de vraag aan de orde worden gesteld hoe het zit met de culturele productie in het zuiden, in dit geval in Afrika, en met de rol van Afrika­anse intellectuelen en kunste­naars in de mondiale context van cultuur. In het kader van de oprukkende globalisering wordt het steeds gemakkelijker om meer over andere culturen te weten te komen, al blijft de wederzijdse culturele uitwisseling wereldwijd schrij­nend onge­lijk verdeeld. Immers, de meest cruciale tweede­ling waarmee we in onze globali­serende wereld te maken hebben is de kloof tussen rijk en arm. Er zijn meer dan een miljard armen op onze planeet en hun aantal neemt nog steeds toe. Zij worden dag en nacht overspoeld door agressieve reclame voor producten die ze nooit zullen kunnen kopen. Die reclame brengt keihard de boodschap over dat je er alleen bij kunt horen als je die aanlokkelijk uitgestalde goederen bezit. Over armoede gaat het in culturele discussies zelden of nooit, maar de wereldeconomische verhoudingen brengen wel onevenwichtigheden met zich mee in de uitkomsten van onder­zoek. Economische onge­lijk­heid heeft vaak geleid tot eenzijdigheid van wetenschappelijke vraagstellingen en daarmee de resultaten van onderzoek bij voorbaat beïnvloed. Cultuur is de manier waarop mensen met elkaar zingeving creëren en dankzij voortdurende interactie vormt die zingeving hen tot leden van een bepaalde samenleving. Ideeën, geloof, gevoelens en erva­ringen worden maatschappelijk zichtbaar gemaakt in godsdienst, muziek, literatuur, theater, film, dans enz. Die zinvolle concrete vormen worden verbreid via opvoeding, onderwijs, tv, internet, en in Afrika vooral via de radio. BARN heeft daarbij een rol die de aandacht verdient.

Wat verbindt ons? Lang voordat er sprake was van discussies over zelf en ander in de context van globa­lise­ring bestonden er al universele menselijke trekken. De menselijke aardbewoners hebben altijd met elkaar gedeeld hun basisbe­hoefte aan voedsel, een veilige woon­plek en voortplanting. Antropologen hebben het bestaan van culturele universalia vaak afgewezen. Misschien waren ze bang de tak af te zagen waar ze zelf op zaten. Voor wie heilig gelooft dat culturen volstrekt autonoom zijn, zijn culture­le universalia ondenkbaar.
Voorbeelden van menselijke universalia zijn (ook al verschilt de inhoud van die ver­schijnselen): koken, het hof maken, etiquette, begra­fenisritue­len, vuur maken, incest taboes, eigendomsrechten, gebruik van cijfers etc. Emo­ties bij sterfgevallen worden overal gekanaliseerd door middel van rituelen om de rouw over verlies te verlichten. Het is de vraag in hoeverre die overeenkomsten verder gaan dan deze oppervlakkige constatering.
Oude uni­versalia hebben niet noodzakelijk het eeuwige leven en nieuwe ontwikkelingen zijn voortdurend in opmars: nieuwe technieken, denkbeelden, representa­ties, kunstgre­pen, ze hebben alles te maken met het kleiner worden van onze planeet dankzij de informatisering.
Tussen culturen bestaan twee soorten relaties: typologische relaties die bestaan zonder dat culturen ooit met elkaar in contact geweest zijn: trekken die culturen met elkaar gemeenschappelijk hebben. En er zijn contactrela­ties die het gevolg zijn van eenzijdige of wederzijdse beïnvloeding. Het ligt voor de hand dat de contactrela­ties steeds frequenter en daarmee belangrijker worden.
Vaak zijn dezelfde thema’s en vormen van literatuur op verschillende plekken ontstaan zonder dat er sprake was van culturele beïnvloeding : oor­sprongsverhalen, dierenverhalen, lief­des- en rouwpoë­zie, om maar een paar voor­beelden te noemen zijn overal verzonnen. Ook Oedipusverhalen komen overal in de wereld voor.

In mijn eigen vergelijkende onderzoek heb ik treffende overeenkomsten gevonden in teksten zonder aanwijsbare con­tact­relaties tussen de betreffende culturen, in genres als heldenverhalen, mythen, spreek­woor­den enz. Heldenverhalen vertonen vaste lijnen waarlangs het heldenleven verloopt. Het betekent dat mensen overal geconfronteerd worden met vergelijkbare angsten en idealen. Op dit moment doe ik onderzoek naar scheppingsverhalen uit de hele wereld. Alle culturen worstelen met de raadsels van het mense­lijk bestaan. Overal wordt in oorsprongsverhalen naar antwoorden gezocht op vragen als waar komen de eerste mensen vandaan, waarom is God zover weg, hoe is de dood in de wereld gekomen en waarom worden er kinderen gebo­ren. Hoe komt het dat er mannen en vrouwen zijn? Het begin van de schepping wordt in verhalen vaak in vergelijkbare termen voorgesteld in culturen die nooit contact met elkaar hadden toen die verhalen bedacht werden.
Een paar voorbeelden:
- In het begin was de wereld een waterige, vormeloze chaos, geen zee en geen land, maar een moerassige woestenij. (Yoruba, Nigeria)
- In het begin was er slechts duisternis en er bestond niets anders dan aarde en water. (Kuba, RD Congo)
- In het begin was er niets anders dan water en duisternis. Het water klotste in het rond. (Yuma Indianen, Noord-Amerika)
- Voorwaar, in het begin was dit [universum] water, niets anders dan een zee van water. (Hindu)
- Lang geleden was er geen hemel boven of aarde beneden, alleen een grote bodemloze diepte gehuld in sferen van mist.(Oudnoors)
- In het begin bestond de wereld uit blubber, want de wateren en het slijk waren door elkaar geroerd (Ainu, Japan)
- Vóór het bestaan van de grote Ra, de zonnegod, bestond zijn vader, de waterige afgrond. (Oud-Egyptisch)

In mijn onderzoek heb ik mij ook een tijdlang beziggehouden met spreekwoorden, het kleinste literaire genre van de mensheid. Ook daarbij bleken er frappante overeen­kom­sten te bestaan tussen spreek­woor­den zonder enig aanwijsbaar con­tact tussen de culturen van her­komst. Spreekwoorden bevat­ten zowel formele als thematische overeenkom­sten ondanks hun verschillende culturele herkomst. Een opvallende spreekwoordelijke boodschap is dat vrouwen onder­ge­schikt moeten zijn of gemaakt worden aan mannen in het alge­meen en aan hun echtgenoten in het bijzon­der. De boodschap dat vrouwen in het openbaar (en liefst ook thuis) moeten zwijgen is tot in de 20 ste eeuw wereldwijd en van generatie op generatie overal doorgegeven, o.a. door dankbaar gebruik te maken van éénzelfde populaire metafoor:
- Het is in het huis geheel verdraaid waar het haantje zwijgt en het hennetje kraait.(Nederlands)
- De kip mag niet kraaien voor de haan (Frans)
- Geen kip mag kraaien in aanwezigheid van de haan.(Rwanda)
- Een kip zingt niet in aanwezigheid van de haan (Creools, Martinique)
- Wanneer een kip in de ochtend kraait, is de familie ten dode opgeschreven (Chinees)
- Een kip die in de ochtend kraait en een vrouw die Latijn kent, komen slecht terecht (Spaans)
- Wee het huis waar de kip kraait en de haan blijft zwijgen (Roemeens)
- Er is geen vrede waar de kip kraait en de haan blijft zwijgen (Portugees, Brazilië)
- Wanneer de kip kraait, stort het huis in (Japans)
- Een fluitende vrouw en een kraaiende hen zijn onwaardig voor God of man (Engels, GB/Antigua/VS)
- De kip weet ook wel dat het ochtend is, maar ze kijkt naar de mond van de haan (Ashanti, Ghana)
Zulke niet door contact beïnvloede ingeroeste universalia zijn pas in de loop van de vorige eeuw meer en meer openlijk aangevochten en intussen geleidelijk aan het verdwijnen.
Anders stond ik hier nu niet. Maar intussen verbinden zulke denkbeelden ons als mensheid meer dan ons lief is. Een gedachtegoed waarvan we ons vaak niet eens bewust zijn. Nog onlangs bleek dat hier in Nederland ongelijke beloning van mannen en vrouwen voor hetzelfde werk nog op grote schaal voorkomt. Het uitgangspunt dat we als bewoners van deze aarde veel meer gemeenschappelijk hebben dan we vaak geneigd zijn te denken, vergemakkelijkt de communicatie overal in de wereld (cf The Times in Riad).
Het hedendaagse con­cept globalisering brengt veel nieuwe gemeenschappelijkheden, maar ook gemengde gevoelens met zich mee. De term suggereert een actief proces, de verovering en eenwording van de globale ruimte, maar wie globaliseert wie en wie wordt geglobaliseerd? Deze vragen blijven meestal buiten beschou­wing. Globali­se­ring leidt tot interactie met lokale economische en culturele werke­lijkheden. Vandaag hebben alle werelddelen te maken met dezelfde gezamenlijke economische betrekkingen, massa­media en electroni­sche cultuur. Als de wereld uiteindelijk een gemeenschap­pelijke plek wordt voor ons allemaal, wat gaat dat dan betekenen? Gaat het alleen om econo­mi­sche en politieke lotsverbondenheid of juist ook om cultu­rele unifor­mise­ring? Globa­lise­ring gaat vaak ongemerkt gepaard met een westers perspectief waarin met de Verenigde Staten meegeke­ken wordt naar de rest van de wereld. Daarbij verdwijnen lokale, regio­nale en natio­nale verhou­dingen en interne verschillen uit het zicht.

Wat betekent globalisering bijvoorbeeld voor Europa? Het lijkt erop dat die ons een ingrij­pende identiteits­crisis oplevert, alle posi­tieve geluiden van de globale mediamytho­logen ten spijt. In 1990 ver­klaarde een van die mythologen, Steven Ross, het toenmali­ge hoofd van de werelds grootste mediagigant Time Warner, dat wat hem voor ogen stond het ideaal was van volle­dige informa­tie­vrij­heid, ‘free flow of ideas, products and technolo­gies in the spirit of fair compe­tition’. Die vrijheid zou vervolgens leiden tot ‘echt weder­zijds vertrouwen en begrip’. Maar de media raken gecon­centreerd in steeds minder handen die over programmering, productie, archieven en distributie beslissen. Dat betekent steeds meer van hetzelfde. Het betekent een dramatische inperking van de vrijheid van meningsuiting, en die vrijheid wordt ook nog zwaar op de proef gesteld en onder druk gezet wordt door de soms massale religieuze woede die zij oproept. Echte vrijheid is de vrijheid om te kunnen zeggen wat mensen niet willen horen, maar uit de wereld van journalisten, schrijvers en kunstenaars komen steeds meer verontrustende signalen van zelfcensuur, die waarschijnlijk niet meer zijn dan het topje van een groeiende ijsberg.

Lang niet iedereen draaft juichend mee met het eenrich­tingsverkeer van onze globalise­rende wereld. ‘Globalisering is als medicijn; als je er te weinig van neemt, werkt het niet, neem je er te veel van, dan ga je eraan dood.’ En: ‘Globalisering is als ver­krachting. Je kunt er niets tegen doen: so, perhaps, it is better to lean back and enjoy.’ Deze twee vergelijkingen noteerde ik een paar jaar geleden uit de mond van sprekers tijdens een work­shop over ‘Globa­lisation and local cultu­re’ in Dar es Salaam. Onthullend was in de discussie daar dat er een duide­lijk onder­scheid gemaakt werd tussen (wes­terse) glob­alizers en (niet-westerse) globalizees. Voor de aanwezige Tanzania­nen sprak het van­zelf dat zij zelf als ‘globalizees’ niets in te brengen hadden in het aanstormende globa­le geweld.
Geregeld wordt lokaal geprobeerd deze mondiale stromen van buitenaf in te dammen en buiten de grenzen gehou­den uit reactie tegen verderfelijke verwestering. Dit gebeurt met name vanuit religieus fundamentalisti­sche overtuigingen. De Marok­kaanse psychiater en antropoloog El-Khayat bijvoor­beeld bena­drukt dat, als de aarde een dorp is geworden of een gemeen­schap­shuis, zoals zo vaak beweerd wordt, dit niet van toepas­sing is op de islamitische wereld, waar een hartgrondig verzet bestaat tegen globalisering en creoli­sering en tegen alles wat van buiten komt. Enerzijds ligt de nadruk op de bijzondere positie van de Moslim Umma (lett. het Moeder­land), anderzijds wordt alles aangevochten wat uit het Westen afkomstig is, wetenschap en technologie, maar, belangrijker natuurlijk, levenswijzen en gewoonten, vrouwenrechten, artis­tieke produc­ten, ideeën over liefde, leven en dood, filosofie enz. Dit verzet concentreert zich vooral rond de identiteit van vrou­wen. El-Khayat heeft gelijk dat fundamentalistische bewegingen in hun verwerping van al wat westers is krachtig in actie zijn in de moslimwereld, maar er zijn ook andere gelui­den te horen, bijvoorbeeld van Mullah Mohammed Khatami, de grond­legger van de Islamitische revolutie in Iran in 1997 in de Herald Tribu­ne : ‘Our era is an era of preponderance of Western culture and civilization, whose understanding is imperative. Islamic nations would succeed in moving forward only if they utilize the positive scientific, technological and social accomplishments of Western Civilization, a stage we must inevitably go through to reach the future.’ (10 dec. 1997)

Nu globalisering de wereld steeds verder verovert klopt het idee van cultuur als geografisch gebonden begrip niet meer door de intensief toegenomen ver­plaatsing van mensen, kennis en goederen. ‘Dingen en mensen zijn meer en meer out of place,’ schreef James Clifford eind jaren tachtig van de vorige eeuw al. Veel mensen zijn perma­nent in transit, maar ook wie nooit op reis gaat kan niet langer heen om ideologieën en praktijken die vroeger totaal buiten het gewone leven lagen. Die nieuwe situatie creëert spanningen tussen culturele wortels en de plek, het land of de groep waar mensen terecht zijn gekomen, spanningen tussen enerzijds thuishoren in een eigen culturele wereld en anderzijds deel­name aan het globa­le systeem met zijn vergaande econo­mische, politieke, en informationele impact. Iedereen kent daar voorbeelden van.
Kort geleden rolde een Senegalese taxichauffeur in New York nadat ik hem betaald had zijn ge­bedskleedje uit op het trottoir, ori­ënteerde zich op de juiste richting en kniel­de neer om te bidden. In Vietnam zag ik op de televisie Zuidamerikaanse soaps en in Kenya elke ochtend een nieuwe aflevering van een Amerikaanse ontbijtquiz. In China is een avondje uit eten bij Kentucky Fried Chicken voor veel studenten een heel aantrekkelijk statussymbool. In Oeganda werd na de dood van Lady Diana een postze­gel ontworpen ter nage­dachtenis aan deze Engelse prinses.
Kortom, het locale en het mondiale beïnvloeden elkaar continu en dat levert zowel spannende en uitdagende als beangstigende ontwikkelingen op. Wanneer oude lang gekoesterde ideeën en belangen opeens ter discus­sie staan en de vertrouwde normen en grenzen op allerlei manieren worden ge­schonden, kan dat heftige reacties oproepen. Schen­ding van normsyste­men is een universeel taboe, zoals Mary Douglas in de jaren zestig van de vorige eeuw noteerde.
Nu de gevolgen van migratie steeds zichtbaarder worden neemt in Europa de belangstelling voor eigen cultuur toe. Het Nederlandse oranjege­voel is een goed voorbeeld: de nationale emoties bij sportwed­strij­den laaien hoog op. En we mompelen goedkeurend bij de schepping van een vaderlandse canon voor ons eigen lager onderwijs. Om de hoek van Europa’s éénwording loert de locale angst voor verlies van eigen identi­teit en tradities, een vruchtbare bodem voor extremisme, dat rechtstreeks aan zulke gevoelens van angst en onbehagen appelleert. De Europese iden­ti­teit is nog ver te zoeken en Europeanen lijken daar intussen vaker wakker van te liggen dan ze vroeger voor mogelijk hielden. Wat scheidt en wat verbindt Nederland en Afrika, was de vraag. De ingrijpende gevolgen van globalise­ring brengen niet alleen nieuwe openheid met zich mee, maar ook verharding van traditionele opvattingen. Voor wie uit angst voor verandering alleen nog maar verschillen kan zien tussen culturen en religies, is het misschien nuttig zich te realiseren dat we als mensheid ook vandaag nog steeds van alles delen: bijvoorbeeld onze wederzijdse angsten en het univer­sele gegeven dat we meer geïnteresseerd zijn in onze eigen visies dan in die van anderen. Maar ook delen we de mogelijkheid om nieuwsgierig te worden naar andere culturen en zelf te ontdekken wat we gemeenschappelijk hebben, waaruit menselijke verschillen bestaan en hoe er bruggen gebouwd in plaats van gesloopt kunnen worden.

Om zulke bruggen te bouwen zijn nieuwe dwars­ver­bindingen nodig, zodat we samen de historische en culturele gezamenlijke erfe­nis van de mensheid beter kunnen beheren en bestuderen. Daarvoor zijn vrije media nodig die zich bewust zijn van de ontzagwekkende omvang van de baob en de onmetelijke ruimte die de oceaan van kennis beslaat. Daarom past ons bescheidenheid. Er is gigantisch veel meer dan dat wat we alleen maar zelf weten en bedenken. Van de bekende Afrikaanse schrijver Chinua Achebe wil ik u ten slotte twee uitspraken meegeven. Volgens hem is er één eigenschap die in de westerse wereld ernstig onderontwikkeld is: bescheidenheid. Een andere uitspraak van hem is dat er iets is, waar het Noorden weinig en het Zuiden veel van heeft: hoop.

Vanuit die hoop bouwt Bureau Afrique van Radio Nederland democratische bruggen. Vanuit die hoop is BARN een fundamenteel medium geworden dat belangrijk werk doet in alle bescheidenheid.
Door de steeds intensievere informatie over andere culturen wordt de van­zelf­spre­kend­heid van het eigen gelijk geleidelijk enigszins gerelativeerd. Mede door de radio zijn de oude grenzen tussen wij en zij steeds verder openge­bro­ken en is er meer ruimte voor nieuwe perspectieven op onze eigen cultuur en die van anderen. Die taak vervult Radio Nederland in Afrika met enthousiasme en toewijding. En doet dat met een onafhankelijke stem.

Samen met andere Ondes de liberté in Afrika zijn de medewerkers van BARN, Bureau Afrique de Radio Nederland, een teken van hoop en een broodnodig instrument om vrije informatie en mondiale cultuur zonder censuur uit te dragen. In de woorden van Alpha Konaré: ze ondersteunen de locale democratie en weven mee aan internationale netwerken die zonder paspoort of laissez-passer toegankelijk zijn. Zo dragen zij daadwerkelijk ertoe bij om een open en kosmopolitisch burgerschap te creëren. Daarvoor verdienen zij na tien jaar een hartelijk applaus.
 
Mineke Schipper
 
Dit is de tekst van de lezing die zij hield in de Tijger Zaal van Artis voor RNW ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van Bureau Afrique Radio Nederland.

Mineke Schipper is hoogleraar interculturele literatuurwetenschap aan de Universiteit Leiden. Ze schreef een aantal boeken op haar vakgebied en publiceerde ook de romans Conrads rivier en De zieleneters . Haar nieuwe roman vogel valt vogel vliegt verschijnt komend voorjaar bij uitgeverij Prometheus. Voor haar in vele talen vertaalde succesvolle boek Trouw nooit een vrouw met grote voeten kreeg ze de Eureka Prijs 2005.


<< naar Magazine


Meer in Politiek:
Samen door Mandela: Zondag 15 december 2013 Stadsschouwburg en de Melkweg, Amsterdam
‘Samen door Mandela’ wil met u...

Africans have their own words change the world around them
Recent political uprisings in parts of...

Open brief aan de fractiespecialisten Ontwikkelings-samenwerking in de 2e Kamer
Sinds een jaar bestaat er een platform...


Magazine actueel:
Magisch Afrika - maskers en beelden uit Ivoorkust
Magisch Afrika, een schitterende...

Julidans - South African choreographer and dance company from Senegal
"At the same time we were pointing a...

Coup Fatal- uitbundige muziektheatrale ode aan de ‘sapeurs’ van Kinshasa (Congo)
Van 16 t/m 18 juni presenteert het...

Manecas Costa - alsnog in Nederland - win vrijkaarten
Manecas Costa, zanger, componist en...

Online expositie Afrika-foto's Frits Eisenloeffel
Sinds begin februari 2014 staat op de...

Auteur Helon Habila over Olie op water - korting voor bezoekers Africaserver
Op woensdag 19 februari komt de...


Sites bij dit artikel:
Mineke Schipper
http://leidsewetenschappers.leidenuniv.nl/show.php3?medewerker_id=588

Radio Nederland Wereldomroep
http://www.radionetherlands.nl/currentaffairs/region/africa/

Politiek en Samenleving
hyperlinks index Africaserver


Processed by Apache Cocoon 2.1.7 in 73 milliseconds.