Edele wilde


ngelse en Franse filosofen van de 17e en 18e eeuw gingen ervan uit dat de mens oorspronkelijk leefde in een natuurstaat, gebonden aan de natuurwetten en in harmonie met zijn omgeving. Ze haalden uit verhalen van reizigers en gesprekken met naar Europa overgebrachte inwoners van West-Indië een beeld van 'de Indiaan' dat model kon staan voor de natuurmens. Michel de Montaigne schreef in 1580 over de Tupinamba-Indianen van Brazilië:
Hun oorlogvoering is zo volkomen edel en groothartig... de oorlog heeft onder hen geen enkele grond dan slechts de wedijver der deugd

Een voorbeeld van de goede edele/wilde in populaire afbeeldingen is de tabaksindiaan. De figuur die te zien was op tabakspotten en later in reclames stond bekend als 'Virginian'. In zijn verschijning werden eigenschappen van plantageslaaf, plantage-eigenaar en Indiaan gecombineerd. Aanvankelijk had het beeld van de edele wilde vooral betrekking op Indianen. Als er over Afrika werd gesproken met betrekking tot een natuurstaat, was dat vaak in termen van ontkenning: Afrikanen hebben geen schrift, geen koning, geen rechtspraak, geen kunsten, etc.